maandag 17 oktober 2016

DE ROODBORST


Ik wil nogmaals zo'n 'Pantoum' proberen.
(Zie het volgende gedicht voor uitleg)
Het lukt me nog niet zonder de
leidraad (cijfers en letters) en ik houd het nog eenvoudig.
Al doende leert men!
  









                                      De Roodborst

A 1                                 Ik hoor de Roodborst zingen
B1                                  Op hoge schrille toon
A2                                  Ik moet mezelf tot luist'ren dwingen
B2                                  Wat is dat wonderschoon

B1                                  Op hoge schrille toon
C1                                  Laat hij z'n keeltje trillen
B2                                  Wat is dat wonderschoon
C2                                  Het doet mijn hart verstillen

C1                                  Laat hij z'n keeltje trillen
D1                                  Dan raak ik van mijn stuk
C2                                  Het doet mijn hart verstillen
D2                                 Ja, zo klinkt puur geluk

D1                                 Dan raak ik van mijn stuk
A2                                 Ik moet mezelf tot luist'ren dwingen
D2                                Ja, zo klinkt puur geluk
A1                                 Ik hoor de Roodborst zingen



Anneke Koehof ©
17 oktober 2016




woensdag 12 oktober 2016

MIJN OPA



Pantoum ( een van oorsprong Maleisische dichtvorm), met herhalingen.

Tijdens de workshop van Sieneke de Rooy op 7 oktober kozen we als onderwerp een van onze grootouders, in verband met het thema van de Kinderboekenweek 2016: 

 'OMA'S EN OPA'S VOOR ALTIJD JONG'

Om te laten zien hoe de herhalingen werken heb ik de letters en bijbehorende cijfers voor de dichtregels laten staan.

Het lijkt makkelijk, maar het is best even puzzelen, omdat elke regel erop aan komt.






A1          Mijn opa zong de opera

B1          Hij was een heel bijzonder man

A2          Hij zong De Parelvissers en de Aída

B2         Ja zingen daar kon opa wel wat van


B1         Hij was een heel bijzonder man

C1         Hij liet zich gaarne langs de Amstel rijden

B2         Ja zingen daar kon opa wel wat van

C2         Als een tenor uit lang vervlogen tijden


C1         Hij liet zich gaarne langs de Amstel rijden

D1         En zong daarbij uit volle borst

C2         Als een tenor uit lang vervlogen tijden

D2         Hij liet zich rijden als een vorst


D1         En zong daarbij uit volle borst

A2         Hij zong de Parelvissers en de Aïda

D2         Hij liet zich rijden als een vorst

A1         Mijn opa zong de opera







donderdag 6 oktober 2016

OKTOBER IN DE JORDAAN









Bootjes wiegelen in de gracht,
wattenwolken spiegelen zich in
de ruiten, de stoeltjes van het café
al vroeg naar buiten.
Een kleuter huppelt en lacht,
een paard klost over de brug
en een fietser wringt zich nog vlug
tussen twee auto's door.
De Oude Wester tingelt
als een meisjeskoor over de daken,
waar duiven zich vermaken met liefdesspel,
beseffen ze wel dat het al oktober is?

Anneke Koehof © 4 oktober 2016

maandag 19 september 2016

APPELSAP


We staarden over Het Nieuwe Diep...


Vakantie 2016















Appelsap
Om met Jasperina de Jong te spreken, wij gingen deze zomer
lekker nerregens naartoe, dobbe, dobbe, dobbe doe”.
We hoefden ons hoofd niet te breken over het pakken van koffers en over de trein die we moesten nemen om op tijd op Schiphol te zijn. We hoefden geen buurvrouw te regelen voor de post en de plantjes en ook de krant kon gewoon in de brievenbus vallen.
Er was zoveel te doen in Amsterdam, je hoefde Het Parool er maar op na te slaan. Maar wat wij daarin tegenkwamen verbijsterde ons en we vroegen ons af welke keuzes we moesten maken, want wat we zagen waren festivals, festivals en nog eens festivals.
Het Volt Loves Summerfestival, Het Appelsap Fresh Music Festival, Het Goldfish Outdoor Festival, Het Guilty Pleasure Festival, Het Encore Festival, Het Gaasper Pleasure Festival, Het Amsterdam Wood Festival, Het Strafwerkfestival, Het Loveland Festival, Het Dekmantel Festival... heel Amsterdam leek wel één groot festival.
We keken elkaar vertwijfeld aan en begrepen er niets van.
Hoe leeg was ons leven tot nog toe geweest, wij waren de generatie die was opgegroeid zonder festivals, de kloof tussen jong en oud werd in onze ogen bijna onoverbrugbaar.
Dus deden we drie dagen over een rondje Stedelijk, Van Gogh en Rijksmuseum en dronken onze koffie in de museumtuin;
We wandelden door de rustige Plantagebuurt en genoten van een wijntje in franse sferen op het Artisplein, met gezicht op de lepelaars;
We maakten een vaartocht door de Westhavens en stapten in de supersnelle lift naar het dak van de Amsterdamtoren om daar te genieten van het fenomenale uitzicht en natuurlijk zochten wij als eerste de Westertoren; We aten pannenkoeken in het Amsterdamse Bos; We namen lijn 14 naar het Flevopark, staarden over Het Nieuwe Diep en verbeeldden ons nog de kinderstemmen te horen uit het allang verdwenen Vijfcentenbad. Dorstig geworden streken we neer bij het gebouwtje van het vroegere gemaal.
'Een glaasje appelsap, schat?'
God, wat hebben we deze zomer genoten!




Anneke Koehof © 5 september 2016

DIALOOG OP DE LINDENGRACHT


Dit verhaal schreef ik in verkorte vorm voor 'De Jordaan en de Gouden Reael'.

Let op : personen die in dit verhaal voorkomen zijn fictief.








Sem Presser, Lindengracht, 1950

Dialoog op de Lindengracht
Altijd wanneer ik er voorbij kom moet ik even naar de foto's kijken. Op de afbeeldingen zie je dat hier vroeger Melkinrichting Kuiper zat, voor de etalage zit en staat een aantal mensen in kleding uit de jaren '50. Ze kijken en wijzen allemaal dezelfde kant op, het ziet er spannend uit.
'Mooie foto, vindt u niet?' vraag ik aan de jongeman die, net als ik, voor de etalage van de leegstaande winkel staat.
'Ja fantastisch, wat een mooie afbeelding,' antwoordt hij.
'En, heeft u een idee waar ze naar kijken?'
'Tja, ze kijken wel allemaal één kant op, er komt dus duidelijk iets aan. Maar wat, weet u het?'
'Ze kijken naar de Ronde van de Jordaan, een wielerwedstrijd tijdens het Jordaanfestival in 1950, ' antwoord ik met enige trots. Ik ben in zijn ogen misschien bejaard, maar toch niet helemaal van de straat!
'Natuurlijk, nu u het zegt zie ik de spanning en zelfs de snelheid, al zie je de wielrenners niet zelf!'
Hij is een aardige man om te zien, type ideale schoonzoon zal ik maar zeggen. Nu valt hem op wat ik allang weet: er hangen twee ogenschijnlijk dezelfde foto's, maar op de ene kijkt het publiek naar links en op de andere naar rechts, verder zijn ze precies gelijk.
'Wonderlijk, vind u niet,' merk ik op.
Hij kijkt langdurig naar beide foto's, zodat ik de tijd heb om hem op te nemen.
Wat een keurig type, hij draagt dure kleding, vast een advocaat of een accountant, in ieder geval hoogopgeleid, dat kun je horen aan zijn manier van spreken. En zo vriendelijk ook, ik voel me gevleid door zijn aandacht.
Dan wijst hij me triomfantelijk op een oude ijzeren elektriciteitskast, die voor ons rechts, maar in werkelijkheid aan de linkerkant van de etalage aan de muur hangt.
'Dan moet dit de originele afbeelding zijn, kijk maar, ze kijken naar links, in de richting van die oude kast, dan is de andere foto dus gespiegeld.' Geweldig, u heeft het raadsel opgelost' verzucht ik, 'alleen, hoe kan het dan dat de letters op de markies niet gespiegeld zijn?'
Zijn mond valt open, hij oogt ineens een stuk minder intelligent.
'Mevrouw, dit enigmatische vraagstuk behoeft nader overleg. Mag ik u noden voor een kopje koffie op de hoek?' vraagt hij charmant.
Ik aarzel, ik moet nog naar de markt maar ach, waarom niet?
Hij bestelt een espresso en ik een cappuccino. We proberen het raadsel van de foto's te ontrafelen, maar vinden geen oplossing.
Het afscheid is hartelijk, hij schudt me de hand al lijkt hij dan ineens nogal haast te hebben.
Bij de poelier op de markt bestel ik een soepkip, maar als ik wil betalen voel ik dat al mijn haren overeind gaan staan, ik moet me vasthouden en ik voel mijn kleur wegtrekken.
'Wat is er met u aan de hand, wordt u niet lekker?' vraagt het vriendelijke meisje achter de kraam geschrokken.
'Ik ben bestolen,' antwoord ik. 'En het leek nog wel zo'n keurige man...'


Anneke Koehof © juni 2016



vrijdag 15 juli 2016

HET TASJE VAN OMA









Op 13 juli waren we met de schrijfgroep in het Tassenmuseum.
Natuurlijk hoorde daar als opdracht een verhaal bij over de tas!














Het tasje van oma

Het tasje van oma, met de kleine portemonnee, waaruit ze wat geld telde voor een boodschap bij juffrouw Tuin in de Vrolikstraat. Juffrouw Tuin was minstens twee en negentig en ze had nooit haast. Zolang ze haar kruidenierswinkel bestierde veranderde er niets. Erwten en bonen schepte ze uit de onderste laden van de hoge grutterskast met emaille naamplaatjes. Het rook er naar Oudewijvenkoek en naar Sunlightzeep, waar oma zich mee waste en daardoor haar hele leven een perzikhuidje hield.

Het tasje van oma, met het flesje Boldoot, dat ze inzette voor allerlei kwalen en gebeurtenissen. Was ik een beetje misselijk dan hield ze een zakdoekje, besprenkeld met dat wondermiddel, onder mijn neus.

'Diep snuiven,' zei ze en warempel, de misselijkheid of hoofdpijn verdween als sneeuw voor de zon en viel je je knie stuk dan werd de eau de cologne gebruikt als ontsmettingsmiddel, auw, dat deed pijn.

Het tasje van oma, met de pepermuntjes. Om te troosten bij buikpijn en kinderverdriet, om gaaphonger te verdrijven en voor een frisse mond.

'Niet doorbijten dan breken je tanden,' waarschuwde ze, maar natuurlijk deed ik dat toch en zeurde dan om een nieuwe en dan nam oma er zelf ook een. Zij moest wel voorzichtig zijn, want ze had al jaren een kunstgebit, vroeger een goede investering om verdere tandartskosten te vermijden.

'Wie het langst kan blijven sabbelen,' zei Oma en natuurlijk won ze, want kinderen hebben geen geduld.

Het tasje van oma, met het geheime vak waarin ze de luchtpostbrieven van haar geliefde schoonzuster Kitty bewaarde, met haar man naar Zuid Afrika  vertrokken en daar altijd gebleven.

Bij haar bezoek, eens in de drie jaar, ritselde en ruiste het; bontjas, hoedje met voile, wolken parfum, oma's eenvoudige huiskamer veranderde door tante Kitty's aanwezigheid in een extravagante hotellounge. Niet zelden waren ook de andere zusters van opa, net zo buitensporig als hun zuster, van de partij. Als weduwe liet tante Kit zich tot het eind van haar leven bedienen. Haar appartement stond altijd vol bloemen. 'Ze zijn zo lief voor me,' schreef ze, ach, wist ze veel, het einde van de apartheid was nog lang niet ter sprake.

Het tasje van oma, met een lok haar van het jong gestorven zoontje, haar derde kind. De lok zat in een rood zijden zakje en had daar, samen met opa's trouwring bewaard moeten blijven, maar de zo vaak door opa beleende en even zo vele malen door oma teruggehaalde ring,  verdween in de krochten van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, toen opa zijn sterk vermagerde handen waste in de wastafel op de ziekenzaal. Mijn driftige opa dreigde het ziekenhuis af te breken, maar de ring was en bleef weg. Kennelijk was de trouwring gedoemd om voorgoed te verdwijnen.


Het tasje van oma is nu van mij. Het is een zwart tasje. De brieven van mijn oud-tante Kitty zitten nog in het geheime vak en de geur van eau de cologne en pepermunt is in het leer getrokken. Oma's trouwring draag ik elke dag.



Anneke Koehof © 13 juli 2016


Fienie,Helma,Marijke,Zohra,Glenda,Liesbeth,Anneke,Shula,Louise
























                                                      



vrijdag 1 juli 2016

GEEN STIJL


Personen zijn niet als genoemd in het verhaal
Dit verhaal heb ik 'Geen stijl' genoemd met een dubbele bedoeling.
De schrijfopdracht was een verhaal te schrijven met diverse
'stijlfouten', zoals Pleonasme, Vooropplaatsing, Repetitio, Tautologie enz.

Het verhaal is in verkorte vorm geplaatst in 
'De Jordaan en de Gouden Reael' van juni 2016.






Geen stijl
Moe van het slenteren over de drukke markt besloot ik een kopje koffie te gaan drinken op mijn favoriete terras. Met moeite was er nog een stoel te vinden, wat wil je op zo'n zonnige dag.

Naast me zat een jonge vrouw, over haar schouder hing een nerveus hondje. Zijn tong bewoog onophoudelijk in en uit zijn bek en hij hijgde duidelijk hoorbaar. Het was een nogal irritant beestje, dat voortdurend haar aandacht vroeg.

‘Kom maar schatje, kom maar bij mammie,’ zei de vrouw en ze trachtte het dier in de daarvoor blijkbaar bestemde tas te wurmen.

‘Hij is bang in gezelschap,’ zei ze tegen niemand in het bijzonder. Dat was goed te zien, zijn bolle ogen puilden zowat uit het kogelronde kopje.

Het gezelschap -bestaande uit een middelbaar echtpaar, een oude dame die ik herkende als een vroeger beroemd actrice, drie hippe jonge meiden en een stuk of wat toeristen- reageerde niet. Ook ik keek weg, ik had geen zin in een conversatie over haar lieveling.

De enige nog overgebleven plaatsen werden nu ingenomen door twee mannen. Ik schatte de oudste rond de zestig. Hij was pafferig dik, had een rood aangelopen gezicht en was ondanks het vroege uur al in “kennelijke staat”. Snauwerig bestelde hij twee glazen bier, geen type om ruzie mee te krijgen. De ander, een veertiger, leek gemoedelijker.

‘Een klerewijf is het, dat zeg ik je, een klerewijf,’ oreerde de dikkerd. Hij zette zijn woorden kracht bij door met zijn platte hand op tafel te slaan.

‘Waarom moest ze bij me weglopen, waarom vraag ik je? Wat heb ik fout gedaan Sjon, wat heb ik in godsnaam fout gedaan?’

John haalde zijn schouders op.

‘Misschien ben je juist te goed voor haar geweest,’ opperde hij.

‘Ja, ja, dat kan je wel zeggen ja, met goud heb ik haar behangen, niets was te veel voor haar, dat wijf heb me kapitalen gekost, ik droeg haar op handen, wat wil je, zo’n mooi wijf, daar doe je alles voor. Welke kerel van mijn leeftijd loopt nog tegen zo’n mooi jong wijf aan?’

‘Was ze soms op je geld uit?’

‘Nou ga je me niet dollen, hè? Ik laat haar niet beledigen, anders kan je hier en nu een hijs voor je harses krijgen.'

‘Nou ja, het was maar een grapje, een gebbetje maak je niet zo druk, man.'

John keek wat gegeneerd om zich heen. De terrasbezoekers, inclusief ik zelf, deden alsof niets van het gesprek hen interesseerde, alleen het hondje, nog nerveuzer geworden door de heftige conversatie, begon nu te piepen en te blaffen.

‘Kan je niet opsodemieteren met dat kutbeest,’ schreeuwde de man, duidelijk op ruzie uit. De vrouw graaide haar spullen bij elkaar, propte de hond in haar tas en maakte dat ze wegkwam.

‘Nee, Sjon, weet je wie er achter zit? Die moeder van der, dat is me een secreet, die doet niks als stoken, al die tijd al. Ik ben niet deftig genoeg voor haar dochter. Wat een kapsones heb dat wijf. Weet je wat ik daar eens mee heb gedaan? Ik heb der een keer met jas en al aan de kapstok gehangen, nou, toen piepte ze niet meer, maar ja, dat vond der dochter natuurlijk niet leuk, dat vond ze geen stijl.'

De man begon steeds roder aan te lopen en het zweet droop van zijn voorhoofd.

Zijn vriend voelde zich nu zichtbaar ongemakkelijk.

‘Kom op, Piet, laten we eens verderop gaan kijken, het is hier veels te heet.'

Hij gooide wat geld op tafel en het tweetal verdween een zijstraat in. De overige bezoekers keken elkaar enigszins opgelucht aan. Ik bestelde nog maar een kopje koffie en sloot mijn ogen voor de schelle zonnestralen.





Anneke Koehof ©