zaterdag 5 maart 2016

ZUM BLAUEN BOCK




 
 
 
Geschreven voor 'Het Geheugen van Oost'
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
Eindelijk kregen wij televisie. Ik denk dat mijn ouders er jaren voor hebben moeten sparen, we hadden het niet bepaald breed. Het was, zoals alle tv's in die tijd, een enorm bakbeest, waarvoor een speciaal meubel moest worden aangeschaft. Mijn vader, want hij was de man die de beslissingen nam, koos voor een SABA, een Duits merk.
Dat begrijp ik achteraf niet zo goed. Mijn vader was in de oorlog werkweigeraar en werd als links politiek gevangene via de Euterpestraat, kamp Amersfoort en kamp Vught afgevoerd naar een Arbeitslager in Duitsland, dat hij ternauwernood heeft overleefd.
Wij, zijn gezin, werden opgevoed met een haat voor Duitsers, niet door wat hij vertelde, maar juist door wat hij niet vertelde.
Wel wisten wij precies bij wie wij in onze buurt geen boodschappen mochten doen en toen ik eens de moed had een Duits vriendje mee naar huis te nemen mocht ik hem niet binnenlaten.
Hoezo dan toch een Duitse tv.?
'Je kunt van die moffen zeggen wat je wilt, maar ze maken wel degelijke spullen!' zei mijn vader.
Dat was dus de reden én het sleuteltje. Het sleuteltje?
Jawel, de televisie kon op slot en pa beheerde het sleuteltje. Wie heeft er ooit een tv gezien met een sleuteltje, maar echt, ze bestonden.
Als mijn ouders eens per week bij oma op bezoek gingen zochten wij op de gekste plekken naar de geheime bergplaats van het sleuteltje, maar we vonden het niet.
Tot die zondagavond.
Omdat het al donker was deden wij het licht in de ouderslaapkamer aan en daar, scherp afgetekend door de brandende lamp, lag het sleuteltje in de zijden lampenkap.
Zo hebben wij nog lang stiekem tv kunnen kijken en tegen de tijd dat pa en ma de hoek naar de Baweanstraat omsloegen, lag het sleuteltje weer in de lampenkap.
Het meest heeft mijn vader mij echter verbijsterd toen ik hem op een zaterdagavond opbelde. Het duurde tamelijk lang voordat hij opnam en een beetje korzelig zei hij:
'Kun je over een uurtje terugbellen? We zitten naar De Blauwe Bok te kijken'.

Anneke Koehof © 2016

'Zum Blauen Bock', een programma van de West Duitse TV.


 
 
 
 
 
 

ONZE GRACHT OP DE SCHOP

gepubliceerd in
'Jordaan en Gouden Reael', februari 2016
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



Mijn eerste blik gaat 's morgens naar de gracht. Nadat de werkzaamheden definitief gedaan waren, hebben de boten hun plaatsen aan de wallenkant weer ingenomen. Er is veel veranderd, behalve het water, dat is hetzelfde gebleven, al ziet het er elke dag weer anders uit.
 
Mooi is het wanneer de grachtengevels als een omgekeerd toneeldecor heen en weer deinen, de boten in het ritme mee wiegen en de overhangende takken het plaatje compleet maken.
 
Soms ligt er een dikke laag op het water, niet als olie, nee, meer als gelei. 
Dan weer is het net erwtensoep, groenig en soppig, alsof alle vuiligheid van de stad zich hier heeft verzameld.
 
Het allermooist vind ik de gracht in het donker, wanneer het zachtgele schijnsel van de lantaarns in het water wordt weerspiegeld. Vanaf de brug zie je een oneindige rij dansende lichtjes. Door dit feeërieke tafereel waan je je in een sprookje of in een andere tijd, toen er nog paard en wagens reden.
 
Onze gracht heeft een rigoureuze opknapbeurt ondergaan. Vanaf het voorjaar is er hard aan gewerkt. De kademuren zijn verhoogd, de gasleidingen vernieuwd en de oude bestrating is verwijderd. In de zomer veranderde de weg in een eindeloze zandvlakte en dat gaf de nodige overlast. Ik zag een ambulance op de brug staan, terwijl twee broeders een patiënt tussen zich in door het zand voortsleepten. Zijn voeten trokken een spoor in het mulle zand. Een varende ambulance zou hier een uitstekende oplossing geweest zijn.
 
Respect hadden we voor de werklui, die nooit te beroerd waren om een jonge moeder met kinderwagen of de overbuurvrouw met haar rollator over het zand te helpen en die niet mopperden als het door hen gespannen lijntje door een onoplettende toerist werd weggeschopt. Vol bewondering zagen we hoe de stratenmaker de nieuwe stenen met duizelingwekkende snelheid op de zandvlakte 'vlijde' en hoe de schipper met zijn duwboot 'Karel' de met stenen gevulde dekschuiten behendig onder de brug door manoeuvreerde.
 
Jammer dat de Amsterdammertjes het veld moesten ruimen, want meteen zien we hiervan het resultaat: er wordt regelmatig op het trottoir, strak tegen de gevel voor de ramen geparkeerd, vaak urenlang. Dat kan toch niet de bedoeling zijn...
 
Gelukkig zijn de banken wel weer teruggeplaatst. Hoera, we kunnen weer op ons 'vaste' plekje genieten van de bedrijvigheid van onze gevederde medebewoners, die, in de war gebracht door de hoge temperaturen, al helemaal klaar zijn voor het voorjaar.
Maar eerst moet het nog even winter worden.
Anneke Koehof © januari 2016

dinsdag 20 oktober 2015

INDIAN SUMMER

Dit fictieve verhaal is geplaatst in 'De Jordaan en de Gouden Reael' van oktober 2015.
 
 
 
 
 
 
 
 
 


Indian Summer
Ineens is ze daar.
Ze loopt zelfverzekerd, haar gezicht koesterend opgeheven naar de ochtendzon. Mijn lief neuriet het lied van Clouseau.
'Daar gaat ze, en zoveel schoonheid heb ik nooit gezien'.
Ze is prachtig en ze weet dat ze mooi is, net als in het lied, ze heeft iets fris' .
'Daar staat ze, en zoveel gratie heb ik nooit gezien'.
Ze kijkt uitdagend lachend over het water, waar de jonge meerkoeten zich niets meer aantrekken van hun ouders.
Ze draagt een zwierige, geelgroene jurk, die opwaait door een zacht briesje. Haar benen zijn glad en bruin, haar rode krullen glanzen. Gretig hapt ze in een appel. Dan loopt ze door en wij ontbijten glimlachend verder.
Een hele tijd zien we haar niet, maar plotseling verschijnt ze weer in ons gezichtsveld. Ze heeft haast, het regent.
Haar jas, niet dichtgeknoopt, wappert zwierig achter haar aan. Daaronder iets in een roodbruine kleur. Boven haar hoofd houdt ze, charmant, een paraplu. Geen tijd nu om van het uitzicht te genieten, geagiteerd stapt ze door. Ik kijk naar mijn lief, zijn ogen staan verlangend...
We zijn haar al vergeten als we haar die ochtend passeren op de Hilletjesbrug. Ze heeft een totale metamorfose ondergaan. Haar frisheid lijkt verdwenen, haar krullen, bijna ontembaar, zijn nu dof. Ze draagt leren laarzen zoals je ze ziet in de outdoorbladen. Over haar schouder hangt een grote tas.
Een windvlaag, ze struikelt en haar tas valt open. Ontelbare blaadjes dwarrelen rond, de gracht kleurt koper. We helpen haar op en vragen hoe ze heet.
'September' zegt ze.

Anneke Koehof ©


woensdag 16 september 2015

EEN 'ANNEKEDOTE' UIT DE OUD AMSTERDAMMER VAN SEPTEMBER 2015

Openluchtschool in het Oosterpark

Ik heb daar met onze Operetteclub rond 1955 de rol van 'Sneeuwwitje' gespeeld. Toen ik in de appel zou gaan bijten riepen de meest stoere jongens: 'Nee, niet doen, niet doen'. Ik had er bijna gehoor aan gegeven, maar ja, hoe zou het sprookje dan zijn afgelopen? Wat me nog bijstaat is, dat we tussen de middag, vóór ons optreden, een heerlijke stamppot maaltijd kregen. En nog weken daarna hoorde ik roepen: 'Dag Sneeuwwitje, hé Sneeuwwitje', even was ik wereldberoemd...in Oost.
 

...en ze leefden nog lang en gelukkig

Generale Repetitie

Generale repetitie
 


















 

vrijdag 4 september 2015

EN VACANÇE


Opdracht van de schrijfgroep:
een vakantieverhaal.
non-fictie
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
En vacançe

Omdat we voor een hondenwedstrijd in Reims moesten zijn streken we met de caravan neer op een camping aan de buitenkant van die stad.

Natuurlijk bezochten we de beroemde Kathedraal Notre Dame, waar de meeste Franse koningen werden gekroond en waar de later op de brandstapel omgekomen Maagd van Orleans, beter bekend als Jeanne d'Arc, een belangrijke rol speelde bij de zalving en kroning van Karel VII op 17 juli 1429.

Na een dagje stad en cultuur waren we toe aan de route door de 'Montagnes de Reims', langs de beroemde champagnehuizen, gelegen in een vriendelijk glooiend landschap dat zich uitstrekt tot Epernay, met druivenvelden zover het oog reikt.

Wat kan er heerlijker zijn dan een picknick aan de oever van een rivier, met uitzicht op de velden, met vers stokbrood, Franse kaas en wijn uit de streek.

Hierdoor gelouterd vertrokken we de volgende dag naar het eigenlijke reisdoel, de Haute Savoie in de regio Rhône-Alpes, die wordt omrankt door Zwitserland en Italië.

We vonden een rustige camping aan een meer met rondom hoge bergen en in de verte, meestal in nevelen gehuld, uitzicht op de beroemde Mont Blanc.

Misschien was de camping wel iets te rustig, want al de eerste nacht werd er bij mijn schoonzus en haar gezin ingebroken, al moet je eigenlijk zeggen 'ingesneden' met een mes was vakkundig een compleet raam uit hun bungalowtent verwijderd. Zo konden de nachtelijke bezoekers makkelijk binnenstappen en pakken wat van hun gading was. Dat gebeurde in verschillende tenten, dus het duurde even voordat we ons weer op ons gemak voelden, nog afgezien van de rompslomp die zo'n gebeurtenis met zich meebrengt.

Ondanks mijn schoolfrans en nog een extra opfriscursus, merkte ik dat het toch wel heel moeilijk was om je aan de autoriteiten duidelijk te maken! Wat waren we dan ook blij met de hulp van een vloeiend Frans sprekende Nederlandse wijnboerin, die voor de liefde in die streek was terecht gekomen en als tolk optrad.

Haar Frans was toch wel even iets anders dan mijn gestuntel, maar het lukte me toch best aardig om iedere morgen het door ons bestelde stokbrood op te halen bij de receptie, en ook nog een praatje te maken. Mijn pogingen werden althans welwillend gewaardeerd.

Opnieuw maakten we mooie tochten in de omgeving en op de steil omhoog klimmende bergwegen (minstens van de eerste categorie) zagen we met witte verf aangegeven in welk jaar 'Le Tour' langs was geweest en wie toen de dag-etappe had gewonnen. Nee, voor ons geen juichend publiek in de vreemdste uitdossingen of zwaaiend met vlaggen langs de route, hoogstens kruiste een enkele bruine koe of een alpenmarmot ons pad, maar steeds weer was onze beloning een spectaculair uitzicht over het berglandschap.

Toch zijn wij eigenlijk meer liefhebbers van kuststreken, zoals Picardië, Normandië en Bretagne, eerlijk gezegd kregen we er genoeg van dat achter elke berg weer een nieuwe berg schuilging, we verlangden naar vergezichten en besloten weer eens op te breken.

Op de ochtend van vertrek ging ik afrekenen 'à la réception du camping'.

We kregen een compliment over de gehoorzaamheid van onze honden, we mochten altijd terugkomen maar één vraag had de eigenaresse wel:

'Pourquoi dites-vous 'bonne année' tous les matins?'

Ik schaamde me dood, twee weken lang had ik, wel heel consequent, journée verwisseld voor année en de aanwezigen dus elke morgen weer een gelukkig Nieuwjaar gewenst...

Achteraf hebben we er smakelijk om kunnen lachen, maar hoe dom kun je zijn!

Anneke Koehof ©  
6 augustus 2015

dinsdag 25 augustus 2015

ZONDAGSRUST IN DE JORDAAN


 

Mijn eerste column in

Jordaan & Gouden Reael 
 
 
 
 
 


Zondagsrust in De Jordaan

Een sombere vroege zondagmorgen in juli. De zon laat zich nog niet zien en er hangt een weldadige rust over de gracht.

Enkele fietsers passeren de brug. Een jong echtpaar wandelt, met kinderwagen en daarnaast een keurig jongetje, korte broek, kniekousjes, donkerblauwe pullover, haartjes netjes in de scheiding, aan de overkant van het water. Ze zien er uit als Franse toeristen, papa bekijkt een stadsplan en wijst schuin naar boven, mama en het jongetje volgen gehoorzaam de richting van zijn wijzende vinger. De overige vakantiegangers en recreanten slapen nog even uit en ook de bootjes blijven aan de kant.

Meeuwen scheren langs ons raam, een duif landt op een lantaarnpaal, we genieten van de ongebruikelijke stilte.

Een jongen van een jaar of dertien, veertien, zo een wiens stem net begint over te slaan, laat de hond uit. Hij heeft de onverschillige uitstraling van 'eigenlijk geen zin, maar het moet' en als de hond dan ook nog eens midden op de straat zijn behoefte doet kijkt de jongen schichtig om zich heen, het zal hem toch niet gebeuren dat juist op dit moment dat leuke meisje voorbij fietst, hij zou zich kapot schamen. De hond krijgt nauwelijks de tijd om het karwei af te maken en stribbelt tegen maar wordt zacht doch dwingend meegetrokken.

Terwijl wij ons eitje tikken meldt de radio dat onlangs, pas voor de derde keer, een bruine prachtuil is gezien en dat het aantal meldingen van tekenbeten volgens tekenradar enorm is toegenomen. Daar kunnen wij wat mee. Bij gebrek aan 'buiten' besluiten deze vroege vogels hun koffie te gaan drinken in de tuin van het Rijksmuseum. Onder het aanzwellend gebeier van de Oude Wester stappen we op de bus bij de Westermarkt.

Zouden er in de museumtuin ook teken zijn of misschien zelfs een prachtuil?



Anneke Koehof ©

12 juli 2015





donderdag 30 juli 2015

OCEANEN EN VREDE


Voor de Muiderkerk, waar wij met onze schrijfgroep een ruimte mogen gebruiken, maakte ik in het kader van Korendag op 18 april twee gedichten. Een vrij gedicht en een Tanka.

Fienie Gerekink, een van onze mede-schrijfsters, zette het gedicht 'Wanhoop' op muziek en zong het ook zelf in. Ze noemde het 'Oceanen'.

De Tanka werd aan de wensboom voor de kerk bevestigd.
 
 
 

 

Wanhoop
Oceanen van tranen stromen door rivieren naar zee
Ze nemen ontelbare klaagzangen mee
Het fluistert door de bedding
Het zingt langs het strand,
Het schreeuwt in de branding,
Waar blijft onze redding, Vrede, Vrede,
Breng in Godsnaam Vrede naar ons land
Anneke Koehof ©
18 april 2015

 

Tanka, ook naamdicht of lettervers.

Vrede, het woord dat

Raakt in onze harten en

Een gevoel geeft van

Droefheid en meeleven met

Elk die het nooit heeft gekend

 
Anneke Koehof ©
18 april 2015