Toen ze het karakteristieke huisje op het Eindje van de Dam in Lemmer wilden afbreken kwam Lemmer in het geweer. Het huisje moest blijven! Gelukkig luisterde de Gemeenteraad en het huisje plus omgeving zijn teruggebracht in de oude staat. Ten behoeve van 'Nazomeren', een jaarlijks evenement in Lemmer, daagde de Stichting Dorpsbelang de liefhebbers uit om hun mooiste herinnering, anekdote of gedicht te schrijven over Het Eindje van de Dam. Ik heb en had vele herinneringen, o.a. mijn eerste vakantiekus in de luwte van het huisje, het zwemmen, kijken naar de hardzeilerij, maar de meest emotionele herinnering is het verhaal dat ik instuurde en waarvan een gedeelte is gebruikt op een inspraakavond in de Gemeenteraad van Lemsterland. Dit en andere verhalen en gedichten zijn voorgelezen tijdens een bijeenkomst in de Hervormde Kerk van Lemmer op 7 september 2018.
![]() |
En dit is het resultaat: Deze prachtige foto plaats ik met toestemming van Henny van den Berg . |
Eindje van de Dam
Mijn
moeder, Baukje Visser, werd op 24 juni 1911 geboren in Lemmer aan Het
Leeg.
In
1946 trouwde ze met mijn vader, een weduwnaar met twee kinderen uit
Amsterdam en in 1947 werd mijn broer Rens geboren.
Het
was niet altijd makkelijk, soms botsten Amsterdamse en Friese
karakters,
maar
toch hield het huwelijk 57 jaar stand.
Lemmer
was bij ons thuis vaak het onderwerp van gesprek.
Mijn
moeder vertelde graag over haar jeugd en zodoende raakten wij
vertrouwd met haar verhalen over de Zeedijk, Het Leeg, de Schans, de
haven, het Skieppedykje, de vuurtoren en uiteraard ook 'it Eintsje
fan 'e Daam'.
Door
regelmatig familiebezoek konden wij kinderen de Friese taal al aardig
verstaan, dat moest ook wel, want zodra er familie uit Lemmer over
was, werd er thuis Fries gesproken, daar was mijn moeder strikt in.
We
brachten ieder jaar onze zomervakantie door in Lemmer. De overtocht
met de Jan Nieveen was niet altijd een feest, met zwaar weer werden
wij zeeziek bij de Val van Urk, maar dat was gauw vergeten als we na
uren varen de kustlijn van Lemmer zagen opdoemen.
Kijk,
daar was de schoorsteen van het stoomgemaal en de kerktoren aan de
Schans, de vuurtoren... Wanneer we Lemmer dan eindelijk binnen
voeren met links het huisje op het Eindje van de Dam en verderop de
Lemstersluis knepen onze strotten zich samen van spanning en
ontroering!
Wat
hadden we heerlijke vakanties in Lemmer en wat genoten we van de toen
nog onderlinge hardzeilerij tijdens de kermisweek! We hoorden het
kraken, kreunen en vloeken als de bocht om 'it eintsje' moest worden
genomen. De prijsuitreiking na afloop in het Nutsgebouw met het
Friese Volkslied, zullen we nooit vergeten.
Hoe
ouder mijn moeder werd, hoe meer ze terugverlangde naar de Lemmer.
Toen
het, op haar 97e jaar, geheel onverwacht zover was gekomen, werden
de rode rozen op haar kist nog dezelfde dag op het familiegraf van
haar ouders gelegd.
Ruim
zes weken na de crematie zijn we met haar as in een luxe koker naar Lemmer getogen.
We
wandelden naar 't Eintsje fan 'e Daam. Er stond een stevige wind en
we moesten elkaar vasthouden om niet van de schuinte te vallen. Het
water klotste over de oude door de golven glad gepolijste
basaltstenen.
Voorzichtig
strooiden wij de as in het water maar we konden niet voorkomen dat
een klein gedeelte terug woei op onze schoenen en tussen de keien terecht kwam. De
meegebrachte bloemen en een piepklein houten Lemsteraakje vergezelden
haar as in de richting van de oude haven, al gauw dreef het meters
van de kant.
Een
werkschip naderde, de schipper begreep welke plechtigheid zich op dit
uiterste puntje van de dam afspeelde. Voorzichtig stuurde hij zijn
schip rondom de bloemen en het houten aakje en voor hij doorvoer
blies hij drie maal respectvol met de scheepshoorn.
Een
mooiere thuiskomst hadden wij onze moeder niet kunnen geven...
Anneke
Koehof ©
26-08-2018
![]() |
De LE 64, het vissersschip van mijn moeders familie, passeert tijdens de onderlinge hardzeilwedstrijden Het Eindje van de Dam de foto is van Marten Meester |