![]() |
Intocht 1953, foto Stadsarchief Amsterdam |
Deze herinnering publiceerde ik in 2009
op Het Geheugen van Oost
Terug naar Oost.
Natuurlijk kwam Sinterklaas in Amsterdam Oost, maar voor de 'enige echte' moest je naar het Centrum.
Ik was een jaar of
achttien, toen ik met mijn schoonzusje, een 'nakomertje', naar de
Sinterklaasintocht ging. Het was begin jaren zestig en bitterkoud.
Op het Javaplein
stapten we in de overvolle tram; opeengepakt stonden we tussen de
stank van natte jassen. De route werd omgeleid, dus we moesten
uitstappen en verder lopen.
De gure wind blies dwars
door onze kleding en we werden drijfnat door een ijskoude regen.
Uren stonden we, tevergeefs stampvoetend om onze voeten warm te houden, te
wachten op het Frederiksplein. Af en toe reed de politie op motoren
met zijspan voorbij, gevolgd door enkele Pieten op scooters. Een golf
van verwachting ging dan door de wachtende rijen, maar het duurde en
het duurde...
We waren inmiddels
door en door versteend, iedereen stond te trappelen van ongeduld en de kleintjes
huilden van ellende op de schouders van hun vaders, maar die bleven
staan, want weggegaan, plaatsje vergaan.
Plotseling ging de
regen over in tikkelende ijzel. De Stadsreiniging strooide zand
zodat de schimmel van de Goedheiligman niet zou uitglijden.
Eindelijk was hij
er dan, voorzichtig rijdend, omringd door Zwarte Pieten en gevolgd
door Spaanse Edelen (wij noemden hen 'Witte Pieten'). Luid zingend
en springend werd hij toegezwaaid door de honderden kinderen, even
was de kou vergeten en genoten we van de volgkaravaan. Enkele
gelukkigen kregen een handvol pepernoten.
We moesten terug
naar Oost, maar hoe we er zijn gekomen is bijna niet te
beschrijven. Het was inmiddels zo glad geworden dat we niet tegen de
bruggen op konden. Zowel het wegdek, als de brugleuningen waren
bedekt door een dikke laag ijzel. Iedere keer als we bijna boven
waren gleden we weer net zo hard terug. Ik weet niet meer of we lachten of
huilden...
Anneke Koehof ©